VNLOK vraagt nuance bij stijgende gokcijfers LADIS

VNLOK

De branchevereniging voor legale online kansspelaanbieders VNLOK heeft gereageerd op de nieuwste LADIS-cijfers over gokverslavingen. De cijfers laten een stijging zien, maar volgens de vereniging ontbreekt cruciale context in de manier waarop die worden gepresenteerd.

Vertekend beeld

Uit de recentste LADIS-registratie blijkt dat in 2025 in totaal 3.108 mensen in behandeling waren voor gokproblematiek, meer dan een jaar eerder. VNLOK erkent de stijging, maar wijst erop dat het aantal verslavingszorginstellingen dat gegevens aanlevert aan LADIS is uitgebreid. Dat vertekent volgens de vereniging het beeld.

Voorzitter Björn Fuchs neemt de cijfers van LADIS naar eigen zeggen serieus:

“We zien een stijging van het aantal mensen dat hulp zoekt. Dat is een belangrijke ontwikkeling die we serieus nemen. Dit kan erop wijzen dat meer mensen hulp nodig hebben, maar ook dat hulp toegankelijker is.”

Een kernpunt in de reactie is dat LADIS niet registreert of problemen zijn ontstaan bij online of fysieke kansspelen, en evenmin of het om legale of illegale aanbieders gaat. Dat onderscheid is volgens VNLOK essentieel voor een zuivere analyse.

De branchevereniging wijst er daarnaast op dat online kansspelen in Nederland pas zo’n 4,5 jaar gereguleerd zijn, terwijl verslavingsexperts aangeven dat het gemiddeld zeven jaar duurt voordat iemand hulp zoekt. Huidige cijfers kunnen daardoor deels problemen uit de periode vóór legalisering weerspiegelen. Bovendien zou volgens schattingen ongeveer de helft van het met gokken verloren geld terechtkomen bij aanbieders zonder Nederlandse vergunning. Denk aan een casino zonder Cruks dat met een buitenlandse licentie opereert.

Pleidooi voor betere data

VNLOK reageert ook op recente uitspraken van de Nationaal Rapporteur Verslavingen, die volgens de vereniging ten onrechte de indruk wekken dat spelers bij legale online casino’s onbeperkt grote bedragen kunnen verliezen. Die uitspraken passen in een breder debat over de zorgplicht in de goksector. Fuchs spreekt dat beeld tegen:

“Als je geen onderscheid maakt tussen legaal en illegaal, wek je de indruk dat alle aanbieders hetzelfde zijn. Dat is simpelweg niet waar. Bij legale aanbieders bestaan strenge limieten, monitoring en verplichte interventies. Het idee dat iemand daar nu ongehinderd tonnen kan verspelen, klopt niet.”

De branchevereniging pleit concreet voor betere dataverzameling met onderscheid tussen legaal en illegaal aanbod, intensievere samenwerking tussen legale aanbieders en verslavingszorg, krachtiger handhaving tegen illegale partijen, en versterking van de legale markt.

Ook branchegenoten zetten stappen in die richting. Het Keurmerk Verantwoorde Affiliates (KVA) lanceerde onlangs een voorlichtingsinitiatief om spelers legale goksites te leren herkennen. Dat de problematiek beter zichtbaar wordt mag volgens Fuchs geen reden zijn om het huidige systeem te verzwakken.

Opvallend is dat VNLOK nadrukkelijk de hand uitsteekt naar de Nationaal Rapporteur Verslavingen. Fuchs geeft aan graag in gesprek te gaan om de inzichten van de legale sector te delen.