
A Quiet Place: The Road Ahead sluipt dichterbij en zal later deze week onze consoles onveilig maken. Tijd voor een interview waarin lead designer Manuel Moavero nauwgezet uit de doeken doet bij welke games deze titel zoal zijn inspiratie haalt. Kwestie van de hypemolen wat meer aan te zwengelen en horrorfans de juiste richting te laten uitkijken.
De hoofdinspiratiebron was weinig verbazingwekkend Alien: Isolation. In die game werd je voortdurend opgejaagd door een vijand die je zelf niet permanent kon uitschakelen, een spelelement dat A Quiet Place: The Road Ahead maar wat graag overneemt. Het past ook binnen het universum, zoals iedereen die de films gezien heeft kan getuigen.
“Alien: Isolation was our main inspiration, particularly for its management of tension and the feeling of being hunted by an enemy you can’t confront directly. The fear stemming from the constant invisible threat is something we wanted to capture in A Quiet Place: The Road Ahead, but with the unique sound-based mechanic.”
Naast Alien: Isolation noemt Moavero ook The Last of Us en Amnesia als voorbeelden, die eerste voor zijn resource management en interactie met de omgeving, en die tweede omwille van zijn gave om spanning te creëren zonder daarvoor daadwerkelijk altijd vijanden te tonen. Splinter Cell: Chaos Theory en Thief hielpen dan weer met de stealth mechanics.
Ontwikkelaar Stormind Games liet eveneens optekenen dat A Quiet Place: The Road Ahead twee technische modi aanbiedt, zoals tegenwoordig wel vaker gebruikelijk is. In Quality Mode krijg je 4K graphics aan 30fps voorgeschoteld, terwijl Performance Mode op 1440p en 60fps mikt. Vanaf 17 oktober kan je deze stille plek zelf gaan bezoeken.

Cool. Ben benieuwd of dit wat is.
Volgend jaar hopelijk Jurassic Park Survival.
Meteen torenhoge ambitie door aan alien isolation te koppelen…hopelijk zal het er aan te zien zijn
Dus geen VR2 game 🙁 of mode.
@Anoniem-8967: kan altijd nog toekomst komen toch bal ligt bij de vr ontiwkkelaars
Waarom heeft men vertrouwen hierin.. je ziet zo al dat dit kut word maar oké.