Ksa: 53% weet niet waar ze terecht kunnen voor gokhulp

Ksa 53% weet niet waar ze terecht kunnen gokhulp

Meer dan de helft (53%) van de Nederlanders weet niet waar ze terecht kunnen voor hulp als ze kampen met een gokprobleem. Het onderzoek is uitgevoerd door de Kansspelautoriteit (Ksa) in samenwerking met OpenOverGokken.

De waakhond laat weten dat het onderzoek van de Ksa en OpenOverGokken is uitgevoerd onder 1.000 Nederlanders. Het lijkt te gaan om 1.000 Nederlanders en niet om 1.000 Nederlandse gokkers: er is door de Ksa echter geen link opgenomen naar de onderzoeksresultaten. Ook is niet aangekondigd wat de onderzoeksmethode was.

Taboe

Wel laat de Kansspelautoriteit weten dat 56% van de Nederlanders het spreken over gokken en gokverslaving als een taboe beschouwt. De Ksa noemt de taboevorming “opvallend”, omdat omdat gokken voor een groot deel van de Nederlandse bevolking een regelmatig terugkerende activiteit is: 48% van de Nederlanders gokt minimaal één keer per maand.

Daarbij wordt ook de deelname aan loterijen meegenomen en krasloten meegenomen. Dit zijn met respectievelijk 59% en 33% de meest populaire kansspelen in Nederland. De Ksa noemt daarnaast dat 6% van de volwassenen wel eens online gokt bij een legale aanbieder.

Gemiddeld geven Nederlanders per jaar € 298 uit aan online gokken. Opvallend is dat voor deze stellingen wordt verwezen naar het Monitoringsrapportage najaar 2025.

Nederlandse kansspelaanbieders moeten de data van spelers nauwgezet bijhouden: zo moet elke speler zich registreren, volgt er een volledige ID-check, en wordt het speelgedrag bijgehouden in de controle databank. In december 2025 liet de Ksa weten dat gelicentieerde casino’s er steeds beter in slagen om de spelersdata real-time bij te houden.

Deze verplichting geldt alleen voor aanbieders met een licentie van de Ksa. Buitenlandse casino’s werken doorgaans met soepele regels: vaak geldt er geen verplichte ID-check bij registratie. Ook wordt er bij een casino buiten Cruks geen check gedaan of de speler een gokstop heeft in Cruks.

“Lastig om hulp te vragen en te bieden”

In het bericht gaat de Ksa vervolgens weer terug naar het onderzoek met OpenOverGokken om te stellen dat “3 op de 10 respondenten” aangeeft dat ze geen hulp durven vragen als zij zelf gokverslaafd zouden zijn. Opmerkelijk is dat de Ksa een percentage noemt van 29%.

Als mogelijke verklaring voor de terughoudendheid om om hulp te vragen wordt onder meer genoemd dat driekwart van de Nederlanders (75%) gokproblemen ziet als een “gevolg van het nemen van verkeerde beslissingen”.

Het bieden van hulp wordt niet beschouwd als vanzelfsprekend: een derde van de Nederlanders (34%) beschouwt het als “lastig” om iemand aan te spreken over het gokgedrag.

“Gokverslavingen moeten bespreekbaar worden”

Michel Groothuizen, voorzitter van de Kansspelautoriteit, wil daarom dat er “meer ruimte komt om gokverslavingen bespreekbaar te maken”. Groothuizen verwijst daarbij naar de diensten van OpenOverGokken en stelt dat hier laagdrempelige informatie te vinden is voor iedereen die vragen heeft over gokken en gokproblemen.

Over het bespreekbaar maken van gokverslavingen zegt de voorzitter het volgende over:

Een gokverslaving is geen individueel falen, maar een complex probleem waarbij schaamte en onwetendheid mensen er nog altijd van weerhouden om op tijd hulp te zoeken. Het is daarom vooral belangrijk dat we het gesprek hierover normaliseren en duidelijk maken waar betrouwbare ondersteuning kan worden gevonden.

Michel Groothuizen, voorzitter Kansspelautoriteit (Ksa)

Het is niet duidelijk of er onder de gokverslaafden ook spelers zitten die gokken met een nepaccount. In december erkende de waakhond dat er nepaccounts in omloop zijn bij gelicentieerde casino’s. De Ksa heeft niet laten weten om welke aanbieders het gaat. Wel staat in brieven van Ksa dat de accounts zijn aangemaakt met bankrekeningen van Bunq.