
Review | Subnautica 2 (Early Access) – Het heeft even geduurd. Na jarenlange stilte, een omstreden spin-off en een juridisch steekspel tussen ontwikkelaar Unknown Worlds en uitgever Krafton dat niet zou misstaan in een courtroom-drama, is Subnautica 2 eindelijk speelbaar. De originele Subnautica gold voor velen als hét voorbeeld van hoe je een survival game hoort te maken: je plonst op een onbekende waterplaneet, staat met lege handen, en moet zien te overleven terwijl de oceaan je tegelijkertijd doodsbang maakt én naar zich toe trekt. Nu, meer dan tien jaar later, probeert de sequel dat kunstje opnieuw. En het goede nieuws? De basis is er zeker. Het slechte nieuws? Het is ook precies dát: een basis.
Welkom op je nieuwe nachtmerrie
Subnautica 2 opent precies zoals fans het willen: je crasht op een onbekende oceaanplaneet en staat er weer helemaal alleen voor. Ditmaal ben je een zogenaamde Pioneer, een werknemer van een louche megacorporatie die jouw bewustzijn digitaal opslaat en je lichaam gewoon opnieuw print als je het loodje legt. Handig voor de gameplay, nog handiger voor het verhaal, want rondom dat concept bouwt Unknown Worlds een verrassend sterke sci-fi-verhaallijn op.

Je digitale assistent NoA wijst je de weg, stuurt je naar de zwarte dozen van je omgekomen collega’s en druppelt stukje bij beetje informatie door over wat er precies is misgegaan. De toon is somber, soms ronduit beklemmend, en de onthullingen in de eerste uren slagen erin om je écht nieuwsgierig te maken. Waar het origineel zijn verhaal vooral via de omgeving vertelde, pakt de sequel het een stuk directer aan met ingesproken dialogen en uitgebreide datalogs. Dat werkt opvallend goed, al is niet alle geschreven tekst even sterk. Sommige opmerkingen van een tweede AI-stem slaan een opvallend luchtige toon aan die haaks staat op de verder zo sterke sfeer.
De oceaan vergeet je niet
Wat Subnautica altijd zo bijzonder maakte, was de oceaan zelf. Die ongemakkelijke combinatie van verwondering en doodsangst als je net iets te diep zwom, net iets te ver van je reddingscapsule afdwaalde. Die magie is in Subnautica 2 absoluut terug. De wereld zit bomvol kleurrijke biomen, vreemde zeewezens en grotten die je tegelijkertijd uitnodigen en afschrikken. Bioluminescente planten verlichten de diepte als onderwaterlampjes, terwijl er om de hoek een monsterlijke kreeft op je loert met een koraalschild op zijn rug.
Visueel is de game prachtig. Zelfs op gemiddelde instellingen ziet het er indrukwekkend uit, compleet met dubbele zonnen aan de horizon die onmiskenbaar aan Star Wars doen denken. Onder water is het een constante stroom van “oh, wat is dát?” en “nee nee nee, weg hier.” Precies die wisselwerking maakt de Subnautica-formule zo verslavend, en de sequel levert dat opnieuw moeiteloos af.

Wel valt op dat de fauna, hoe mooi ook, niet bijzonder dreigend aanvoelt. Roofvissen zijn makkelijk te ontwijken en zelfs de Leviathans voelen in deze build eerder als decor dan als echte gevaren. De oceaan mag in toekomstige updates best wat meer tanden laten zien.
Bouwen zonder buikpijn
Base building was in het origineel soms een worsteling tegen de interface. In Subnautica 2 is dat verleden tijd. Het bouwen van je onderwaterbasis is intuïtief en verrassend soepel: je plaatst een kamer en trekt die vervolgens in elke richting groter, voegt ramen en deuren toe en hebt binnen een mum van tijd een basis die er daadwerkelijk uitziet als een thuis. Waar je in veel survival games uren vecht tegen de camera en knoppen, gaat het hier bijna vanzelf.

De integratie van base building in de gameloop is ook beter. Bepaalde crafting-opties zijn nu gebonden aan specifieke bouwwerken in je basis, waardoor je een reden hebt om uit te breiden in plaats van alles vanuit je reddingscapsule af te handelen. Materialen zijn bovendien vlot genoeg te verzamelen om snel aan de slag te gaan, zonder dat het onverdiend voelt. Een handige vondst zijn de stromingen in de oceaan: die kunnen je onverwacht meeslepen tijdens het verkennen, maar dienen ook als duurzame energiebron als je slim genoeg bent om je basis ernaast te bouwen.
Dezelfde loop, net iets strakker
Laten we eerlijk zijn: qua gameplay is Subnautica 2 geen revolutie. Je verzamelt grondstoffen, scant flora en fauna om nieuwe blueprints te ontgrendelen, kookt vis om niet te verhongeren en bouwt steeds betere uitrusting om dieper te kunnen duiken. Het is dezelfde loop als in 2018, zij het op een paar punten verfijnd. Materialen hebben nu vaker meerdere functies, waardoor je minder vaak met nutteloze rommel in je opslag zit. De pacing voelt strakker aan en je hebt vrijwel altijd een duidelijk doel om naartoe te werken.

Een welkome nieuwigheid is het genetica-systeem. Via een biolab kun je je DNA aanpassen met actieve en passieve abilities. Denk aan een onderwaterdash, grotere longcapaciteit of hittebestendigheid die nieuwe gebieden opent. Het is een doordacht idee dat de progressie extra momentum geeft, al zijn de opties in deze Early Access-build nog op één hand te tellen. Het voelt als het begin van iets groots, maar het is lastig om nu al te beoordelen hoe diep dat systeem uiteindelijk gaat worden.
Samen de diepte in
De grootste toevoeging op papier is multiplayer: je kunt met maximaal drie vrienden samen de oceaan in. In de praktijk werkt het precies zoals je verwacht. Je verkent samen, bouwt samen en vordert samen, en dat is prima. Maar laten we niet doen alsof het de ervaring radicaal verandert. Subnautica is in de kern een game over isolatie en eenzaamheid, en met een groepje vrienden verdwijnt een flink deel van die spanning. De angst voor het onbekende maakt plaats voor gelach en coördinatie, wat leuk is, maar ook iets essentieels wegneemt.

Praktisch gezien kun je saves omzetten van singleplayer naar multiplayer en andersom, wat fijn is. Minder fijn: je kunt niet in iemands wereld spelen als die persoon offline is, en singleplayer- en multiplayersaves zijn gescheiden. Je vrienden kunnen dus niet even langskomen om je solo-basis te bewonderen.
De muren van Early Access
En dan het onvermijdelijke: dit is Early Access, en dat merk je. Na zo’n zes tot vijftien uur, afhankelijk van je tempo, loop je tegen de grenzen aan. Letterlijk, want voorbij de huidige spelwereld stuit je op digitale barrières die je vertellen dat dit gebied nog in ontwikkeling is. Het is begrijpelijk, maar het voelt wel vreemd in een game die draait om de eindeloze oceaan. De wereld verandert van een angstaanjagende wildernis in een overzichtelijk aquarium zodra je alles hebt gezien.

Het aantal craftables is eveneens beperkt en de Tadpole, je eerste voertuig, maakt reizen zo makkelijk dat de spanning van zuurstofbeheer grotendeels verdwijnt. Unknown Worlds heeft aangekondigd twee tot drie jaar in Early Access te blijven, met plannen voor meer biomen, wezens, voertuigen en verhaal. De originele Subnautica groeide destijds van een bescheiden Early Access-build naar een van de beste survival games ooit, dus er is alle reden om optimistisch te zijn. Maar op dit moment is het aanbod nog dun.
Technisch rapport
Op pc draait Subnautica 2 over het algemeen prima, al hangt dat sterk af van je hardware. Op gemiddelde instellingen oogt de game al bijzonder fraai, met gedetailleerde onderwateromgevingen en mooie lichteffecten. Er zijn wel bugs: missies die niet meer verschijnen, vissen die door de grond zwemmen en een enkele keer dat ik willekeurig werd weggeteleporteerd van mijn voertuig. Niets daarvan breekt de ervaring, maar het herinnert je er wel aan dat dit een onafgemaakt product is.
Gespeeld op: pc (Steam).
Ook beschikbaar op: Xbox Series X|S.
