
Review | eFootball Kick-Off – Het is inmiddels dertien jaar geleden dat Konami’s voetbalserie op een Nintendo-console verscheen. Pro Evolution Soccer 2013 op de Wii was het laatste wapenfeit, waarna de Japanse uitgever volledig inzette op het free-to-play-model van eFootball op PlayStation, Xbox en mobile.
Met het WK voor de deur en een de Nintendo Switch 2 in de schappen, gooit Konami het roer nu volledig om: een betaalde, losstaande voetbalgame zonder lootboxen, zonder seizoenspassen en zonder het eindeloze menugegraaf dat eFootball op andere platformen kenmerkt. Twintig euro aftikken en voetballen, meer niet. Dat klinkt als muziek in de oren van iedere PES-veteraan, maar de hamvraag is of Kick-Off genoeg vlees op de botten heeft om die belofte waar te maken.
Welkom thuis, Castolo
Wie in de jaren nul honderden uren in de Master League van PES stopte, voelt meteen een warme gloed wanneer de beginopstelling van de World Tour in beeld verschijnt. Daar staan ze weer, als oude bekenden op een reünie: Castolo met zijn eeuwige spitseninstinct, schildpad Huylens als onverwoestbare verdediger, maestro Minanda op het middenveld. Konami speelt hier vol op de nostalgiekaart, en het werkt als een tierelier.
De World Tour is in de kern een afgeslankte Master League. Je begint met dat legendarische groepje nobele onbekenden en reist de wereld over om minicompetities van vijf wedstrijden te spelen. Win je, dan mag je een speler van de verslagen tegenstander inpikken. Die mechanic is onverwacht verslavend.

Na een handvol potjes had ik Osimhen bij Galatasaray weggekaapt, een paar wedstrijden later plukte ik Wirtz weg bij Leverkusen. Intussen spaarde ik munten voor de Hall of Players, een soort etalage waar legendes als Adriano, Bergkamp en Cafu op je wachten. Adriano voorin naast Osimhen met Minanda erachter als aangever: het voelde als een illegaal goed elftal.
Het geeft een prettig ritme: winnen, scouten, versterken, door naar de volgende competitie met sterkere tegenstanders. Helaas droogt die bron na een uur of tien wel op. Er is nauwelijks clubpersonalisatie (je kunt niet eens een eigen logo of tenue ontwerpen), transferonderhandelingen bestaan niet en trainingsmogelijkheden al helemaal niet.
Zodra je droomelftal compleet is, valt de spanning weg als lucht uit een lekke bal. De muntenverdeling na wedstrijden is bovendien willekeurig en de initiële selectie in de Hall of Players leunt zwaar op middenvelders, waardoor het soms voelt alsof je drie keer achter elkaar een dubbelganger trekt. Een volwaardige Master League met contracten, financiën en promotie-degradatie had deze modus naar een ander niveau getild, maar dat zit er voorlopig niet in.
Aftrap in 60 frames
Op het veld maakt Kick-Off een verrassend sterke indruk. De gameplay deelt DNA met het reguliere eFootball, maar Konami heeft de snelheidsknop een flinke draai gegeven. De bal heeft dat kenmerkende PES-gewicht waar geen enkele concurrent aan kan tippen: passes hebben een natuurlijke curve, schoten voelen lekker krachtig en een goed getimede volley knalt er anders in dan een slap tikje met de binnenkant.
Waar het reguliere eFootball meer richting simulatie leunt, kiest Kick-Off vol voor de arcadehoek. Verdedigingen staan wagenwijd open, de AI zoekt voortdurend de aanval en goals vallen bij de vleet. Denk aan die PES-games uit het PlayStation 2-tijdperk, toen het allemaal minder ingewikkeld was en vooral ontzettend vermakelijk.

Die aanpak past als gegoten bij de Switch 2. Even snel een potje wegspelen onderweg in de trein of languit op de bank voelt met dit tempo precies goed. Eén moment sprint je met Mbappé langs de zijlijn, het volgende knal je met Adriano’s linkerpoot een pegel in de kruising. De wedstrijden zijn kort genoeg om er tussendoor eentje te pakken, maar intens genoeg om je steeds “nog eentje dan” te laten denken.
En technisch staat het als een huis: zowel in docked als in handheld draait de game stabiel op 60 frames per seconde. Dat is een serieus pluspunt wanneer je bedenkt dat concurrent EA Sports FC 26 op dezelfde hardware op 30 fps blijft hangen. Het verschil in responsiviteit voel je bij de eerste de beste tackle.
Keepers van karton
Toch is het niet allemaal hosanna op de grasmat. De keepers vormen veruit het grootste pijnpunt en dreigen de pret op momenten flink te drukken. Laag geplaatste schoten van buiten de zestien lijken voor elke doelman een onoplosbaar raadsel.
Tijdens een potje met Argentinië ramde ik drie keer achter elkaar raak vanaf twintig meter, telkens met dezelfde gerichte lage schuiver in de hoek. De keeper keek er bij alle drie de pogingen naar alsof hij voor het eerst een voetbal zag. Op de lagere moeilijkheidsgraden kun je hier schaamteloos misbruik van maken, en zelfs op ‘World Class’ blijft het een opvallend zwak punt. Dit schreeuwt om een patch.

Daarnaast zijn doorsteekballen buitenproportioneel effectief. Eén goed getimede lob over de verdedigingslinie en je staat oog in oog met diezelfde weifelende keeper. Het levert spektakel op, dat zeker, maar wedstrijden ontaarden soms in een doelpuntenkermis die eerder aan een potje Mario Strikers doet denken dan aan iets dat op voetbal lijkt. Wie dat charme vindt: prima. Wie uitdaging zoekt tegen de computer, moet meteen naar de hoogste moeilijkheidsgraad grijpen en zelfs dan blijft de AI verdedigend aan de slappe kant.
Het goede nieuws: in online wedstrijden, waar een menselijke tegenstander de verdediging bestuurt, valt dit probleem grotendeels weg. De partijen worden meteen strakker, tactischer en realistischer. Het bewijst dat de onderliggende gameplay solide genoeg is. Konami heeft gewoon de AI-instellingen te ver richting spektakel gedraaid en de doelmannen vergeten mee te nemen in dat verhaal.
Een karig buffet
Qua content schuift Kick-Off een bescheiden bordje op tafel. Naast de World Tour is er de International Cup, een ongelicenseerde replica van het WK 2026 met exact dezelfde groepsindeling als het echte toernooi. Leuk voor de sfeer als je vanavond met Oranje de poule wilt overleven, maar in de praktijk loop je het tornooi in één avond door en is er weinig reden om het opnieuw te spelen.
Dan zijn er snelle wedstrijden in 11-tegen-11 of 6-tegen-6-formaat (die laatste zijn heerlijk chaotisch met kinderen of vrienden die normaal geen controller aanraken) en een handvol online opties met ranked matches en vriendenlobbies.
De twee minigames verdienen een eervolle vermelding, al is het maar omdat ze laten zien dat Konami nog creatieve ideeën heeft voor de voetbalgame. Wall Ball gooit je in een 3-tegen-3-partijtje op een veldje omringd door glazen wanden, als een soort padelvoetbal, eerste bij vijf goals wint. De Obstacle Race is een estafette waarin vijf spelers op tijd hindernissen moeten ontwijken.

Vermakelijke tussendoortjes, maar geen vervanging voor échte diepgang. Het totale pakket voelt alsof Konami bewust heeft gekozen voor breedte boven diepte: veel kleine amuses, geen hoofdgerecht dat je avonden aan tafel houdt.
Wat wél een schot in de roos is: de GameShare-functie. Eén exemplaar delen met drie andere Switch 2-consoles (en zelfs de originele Switch) voor lokale multiplayer is geniaal. Samen met vrienden op de bank een WK-toernooi afwerken met slechts één gekocht exemplaar voelt haast te mooi om waar te zijn.
Alle modi ondersteunen bovendien coöp, dus je kunt samen door de World Tour of International Cup heen spelen. Voeg daar de uitgebreide assist-opties per speler aan toe (automatische passes, slow-motion bij schoten, visuele hints via tekstballonnetjes boven spelers) en je hebt het meest toegankelijke voetbalspel op de markt. Ideaal om een niet-gamer mee te trekken in een potje.
Het eeuwige licentieverhaal
We kunnen er niet omheen: licenties blijven de achilleshiel van Konami’s voetbalserie. Dankzij FIFPRO dragen alle spelers hun echte naam en hebben ze herkenbare gezichten, maar bij clubs is het weer het vertrouwde liedje. Manchester United en Arsenal zijn volledig gelicenseerd, FC Barcelona ook, de complete Ligue 1 zit erin en de Eredivisie is present.
Maar de Premier League is verder een woestenij van verzinsels, de Bundesliga ontbreekt grotendeels (alleen Dortmund, Leverkusen en Frankfurt) en La Liga telt buiten Barça alleen namaakclubs. Madrid Chamartín B, Sevilla Triana VB: het PES-gevoel van weleer, maar dan anno 2026 net iets minder charmant dan vroeger. Na jaren volledige licenties in EA Sports FC knelt het gewoon meer.

De gelicenseerde teams steken bovendien schril af tegen de generieke varianten. Speel je Arsenal tegen een volledig nep uitgedost Manchester Blue, dan voelt het alsof twee verschillende games tegen elkaar aantrappen. Internationale selecties zijn wisselend: Spanje, Argentinië en Nederland zijn er in vol ornaat, maar genoeg landen missen hun officiële tenue. Voor de nostalgicus is het water onder de brug, voor de nieuwkomer kan het afschrikken.
Technisch verantwoord
Grafisch levert Kick-Off geen plaatjes op om in te lijsten, maar het doet degelijk zijn werk. Gelicenseerde spelers zijn goed herkenbaar (Salah en Mbappé springen er direct uit), generieke voetballers ogen duidelijk kariger. De stadions zijn functioneel maar missen sfeer, het publiek lijkt rechtstreeks uit het PS3-tijdperk te komen en het gras vertoont die aloude Konami-glitch waarbij de texturen op afstand raar in elkaar overlopen. De verlichting is helder en contrastrijk, wat het spelbeeld in handheld goed leesbaar maakt, ook op het kleinere scherm.
Over het commentaar moeten we het even hebben. Peter Drury levert zijn gebruikelijke dramatische stijl af (elk doelpunt klinkt alsof het WK beslist wordt), maar co-commentator Jim Beglin klinkt alsof hij voor het eerst van zijn leven een tekst opleest. Lange, ongemakkelijke stiltes midden in zinnen, een vlakke intonatie en regelmatig observaties die niet kloppen met wat er op het veld gebeurt. Na een paar uur is het ronduit ergerlijk. Gelukkig kun je het uitzetten en dan rest je de menumuziek: elektronische beats met scratches die pure millenniumnostalgie ademen. Zeer PES 5, op de beste manier mogelijk.
Gespeeld op: Nintendo Switch 2. Exclusief beschikbaar op: Nintendo Switch 2.
