
Scandinavische toezichthouders praten al jaren over “channelization”: spelers binnen het legale aanbod houden.
Maar nieuw academisch onderzoek legt een ongemakkelijke vraag bloot die onder veel beleid ligt: hoe groot is de offshore markt nu echt, en hoe meet je die zonder jezelf te misleiden?
Een internationale onderzoeksgroep uit Finland, Denemarken, Zweden en Noorwegen bekeek de beschikbare literatuur en komt tot een sobere conclusie: Er bestaat geen betrouwbare standaard om offshore online gokken consistent te meten, terwijl cijfers in het publieke debat vaak worden behandeld alsof ze hard en vergelijkbaar zijn.
Wat onderzocht is en waarom dat schuurt
De kern van het onderzoek is een peer-reviewed scoping review in PLOS One, waarin 32 studies uit de periode 2010 – 2024 zijn geanalyseerd.
De onderzoekers keken niet naar één land of één dataset, maar naar het geheel aan gebruikte methodes en aannames. Dat levert geen spectaculaire nieuwe percentages op, maar wel iets belangrijkers: inzicht in waarom cijfers zo sterk uiteenlopen en waarom ze vaak verkeerd worden geïnterpreteerd.
Verschillende definities, verschillende werelden
Een groot deel van de verwarring zit in definities. Sommige studies meten offshore gokken als aandeel van de omzet (GGR), andere kijken naar het percentage spelers dat op onvergunde sites speelt.
Weer andere richten zich op specifieke producten, zoals online casino’s of live betting. Die benaderingen beschrijven verschillende realiteiten, maar worden in media en beleid vaak naast elkaar gelegd alsof ze hetzelfde meten.
Dat maakt het moeilijk om trends vast te stellen of maatregelen eerlijk te beoordelen.
Afhankelijkheid van één databron
De review wijst ook op een opvallende afhankelijkheid van één commerciële databron: H2 Gambling Capital.
Die cijfers worden veel gebruikt door overheden, toezichthouders en brancheorganisaties. Het probleem is niet dat de bron per definitie onjuist is, maar dat de onderliggende aannames en methodes onvoldoende transparant zijn.
Zelfs regulators kunnen daardoor niet altijd controleren welke keuzes achter de uitkomsten schuilgaan. Dat is risicovol wanneer cijfers worden ingezet om zwaar beleid te rechtvaardigen.
Cijfers als politiek instrument
Volgens de auteurs krijgen offshore schattingen regelmatig een politieke functie. In perioden waarin strengere regels of extra handhaving worden overwogen, duiken cijfers op die suggereren dat de zwarte markt “explodeert”.
De review noemt voorbeelden waarin wordt gesteld dat spelers op onvergunde sites tien tot twintig keer zoveel zouden uitgeven, zonder duidelijke empirische basis. Zulke claims klinken overtuigend, maar het onderzoek laat zien hoe dun de onderbouwing soms is.
Offshore en onshore lopen door elkaar
Een belangrijke nuance uit de Scandinavische context is dat offshore en onshore in de praktijk geen gescheiden werelden zijn.
In Finland bleek dat veel spelers die offshore gokken, óók binnen het gereguleerde aanbod actief zijn. Offshore gedrag is vaak een verschuiving binnen dezelfde groep spelers, niet het bestaan van een volledig aparte populatie.
Dat nuanceert het idee dat strengere regels automatisch “spelers verliezen” aan een externe markt.
Producten en risico’s maken meten lastig
Op productniveau wordt meten nog ingewikkelder. Offshore spel lijkt vaker samen te hangen met risicovollere vormen, zoals snelle online casinospellen en live sportweddenschappen. Juist daar zijn betrouwbare data schaars.
Toezichthouders willen schade beperken, maar moeten beleid evalueren met meetinstrumenten die het minst zeker zijn in de risicovolste hoeken van de markt. Dat vergroot de kans op verkeerde conclusies.
Een pleidooi voor meerdere meetmethodes
De onderzoekers pleiten daarom voor een multi-method aanpak. Niet één percentage als waarheid, maar een combinatie van representatieve surveys, transactiedata, hulpzoekstatistieken en waar mogelijk bank- of betaaldata.
Vooral die laatste categorie is gevoelig, maar kan dichter bij werkelijk gedrag komen dan zelfrapportage of modelschattingen.
Internationale druk en parallelle bewegingen
Ook buiten Scandinavië worstelen toezichthouders met vergelijkbare spanningen. In Duitsland riep toezichthouder GGL recent expliciet om meer steun vanuit de legale sector om effectiever op te treden tegen illegale aanbieders, juist omdat handhaving alleen niet volstaat.
Tegelijkertijd verschuift illegaal aanbod steeds vaker naar moeilijker te reguleren kanalen. In Rusland zette de overheid recent druk op Telegram om gokkanalen en promoties te beperken, wat laat zien hoe offshore en semi-offshore aanbod zich aanpast aan klassieke blokkades.
Gevolgen voor beleid en publieke perceptie
Voor beleidsmakers betekent dit vooral voorzichtigheid. Grote beslissingen over blokkades, reclamebeperkingen of juist het aantrekkelijker maken van het legale aanbod moeten niet leunen op één rapport of één getal.
Tegelijk speelt ook de publieke realiteit mee: spelers vinden hun weg naar allerlei alternatieven, van klassieke onvergunde sites tot sociale kanalen en buitenlandse platforms.
In dat debat duiken termen als buitenlandse online casino’s steeds vaker op, juist omdat de grens tussen “beschikbaar” en “toegestaan” voor veel spelers minder duidelijk is dan voor juristen.
Wat de studie écht zegt
De kernboodschap van het onderzoek is niet dat de zwarte markt groter of kleiner is dan gedacht. De kern is dat het debat vaak doet alsof die omvang exact bekend is, terwijl de meetlat zelf wankel staat.
Zolang dat zo is, lopen toezichthouders het risico beleid te bouwen op cijfers die goed klinken, maar onvoldoende stevig zijn.
Voor een thema dat zo sterk leunt op data en vertrouwen, is dat misschien wel de meest ongemakkelijke conclusie van allemaal.
