Review | Crimson Desert – Ontwikkelaar Pearl Abyss heeft jarenlang de scepter gezwaaid over Black Desert Online, een MMORPG dat een trouwe schare fans wist te vergaren dankzij een gigantische spelwereld en diepgaande gevechtsmechanieken. Met Crimson Desert gooit het Koreaanse bedrijf het roer radicaal om: geen persistent online universum, maar een volwaardige singleplayer open wereld actie-avonturentitel. Pearl Abyss beloofde niets minder dan het beste van The Witcher 3, Red Dead Redemption 2, Elden Ring én Breath of the Wild samen te smelten tot één kolossaal geheel. Een belofte die je normaal gesproken met een flinke korrel zout neemt. En toch… het is ze grotendeels gelukt.
Een huurling met een missie
In Crimson Desert kruip je in de huid van Kliff, leider van de Greymanes: een bende huurlingen die in de openingsuren van de game volledig wordt gedecimeerd door een rivaliserende groep genaamd de Black Bears. Kliff overleeft de aanval ternauwernood en komt na een mysterieus uitstapje naar een parallelle dimensie bij kennis in Hernand, het zuidelijkste gebied van het continent Pywel. Wat volgt is een drieledig avontuur: je verspreide kameraden opsporen en de Greymanes heropbouwen, je een weg banen door de politieke wespennesten van Pywels vele facties, én de geheimen ontrafelen van de Abyss, een raadselachtige dimensie die letterlijk bóven de gewone wereld zweeft.
Het narratieve kader is op papier veelbelovend, maar de uitwerking laat helaas wat te wensen over. Pearl Abyss heeft overduidelijk meer ervaring met het opbouwen van werelden dan met het vertellen van een strak geregisseerd verhaal. De hoofdverhaallijn is op zijn best functioneel en op zijn slechtst voorspelbaar, met schurken die komen en gaan zonder echte impact. Kliff zelf is een degelijke protagonist, betrouwbaar en stoer, maar mist de gelaagdheid van een Geralt of een Arthur Morgan. De bijfiguren van de Greymanes zijn op een handjevol uitzonderingen na vrij generiek, wat jammer is omdat een aanzienlijk deel van het eerste hoofdstuk draait om je interacties met precies deze personages.
Waar het verhaal wél punten scoort, is in de presentatie. De tussenfilmpjes zijn vakkundig geregisseerd, met vloeiende overgangen naar gameplay die soms zo naadloos verlopen dat je niet eens doorhebt dat je alweer zelf aan het stuur zit. Of beter gezegd: je hebt het wél door, want de vijand staat dan al uit te halen terwijl jij nog in bioscoopstand zit. Het acteerwerk is meer dan behoorlijk, al merken we dat de lipsynchronisatie duidelijk is afgestemd op een andere taal.
Een wereld om in te verdwalen
Laten we er niet omheen draaien: de open wereld van Crimson Desert is ronduit adembenemend. Het continent Pywel is onderverdeeld in vijf grote regio’s die elk hun eigen karakter, architectuur, fauna en dreigingen kennen. Van de groene heuvels en boerendorpen van Hernand tot de besneeuwde bergtoppen van Pailune, van de technologisch georiënteerde straten van Delesyia tot de genadeloze zandvlaktes van de titelgebende Crimson Desert. De variatie is werkelijk indrukwekkend.
Wat het geheel zo bijzonder maakt, is de ongelooflijke zichtafstand. Vrijwel nergens wordt je blikveld kunstmatig belemmerd. Je kunt op een heuvel gaan staan, in de verte een toren ontwaren en er simpelweg naartoe wandelen. Die filosofie creëert een constante drang om nóg een heuvel te beklimmen, nóg een vallei te verkennen. En dan hebben we het nog niet eens over de Abyss gehad: een zwevende dimensie hoog boven Pywel, van waaruit je het volledige continent onder je voeten kunt zien liggen. De eerste keer dat je daarvandaan naar beneden springt en de wereld langzaam maar zeker tot leven komt, compleet met NPC’s die gewoon hun dagelijkse bezigheden voortzetten, is een van die zeldzame momenten waarop je mond openvalt van wat een videogame vermag.
De vergelijking met Red Dead Redemption 2 dringt zich op en is grotendeels terecht. De wereld voelt lévend. Dieren gedragen zich naturalistisch, NPC’s hebben hun eigen bezigheden en overal zit een ongekende aandacht voor detail. Je kunt vrijwel alles oppakken, kastelen zijn tot in de puntjes versierd met schilderijen en ornamenten, en zelfs de meest onooglijke hoek van de kaart heeft iets te bieden. Tegelijkertijd moet gezegd worden dat Pywel niet dezelfde narratieve rijkdom uitstraalt als de wereld van Rockstar. Het is eerder een spectaculair decor dan een plek die op elk kruispunt haar eigen verhalen vertelt.
Een MMO in singleplayer jasje
Hier komen we bij de kern van wat Crimson Desert zo bijzonder én tegelijk soms frustrerend maakt. Pearl Abyss heeft de kennis van jarenlange MMO-ontwikkeling meegenomen en dat merk je aan álles. De hoeveelheid systemen en activiteiten is haast absurd. Handelen, vissen, koken, stelen, erts delven, bomen kappen, meubilair kopen voor je huis, een boerderij opzetten, huisdieren temmen, potjes kaarten, armworstelen, boogschieten… en dan zijn we nog maar aan het oppervlak. De in-game encyclopedie telt meer dan negenhonderd items en zelfs na tientallen uren spelen springt het spel nog met gloednieuwe tutorials tevoorschijn.
Die overvloed is zowel Crimson Deserts grootste troef als zijn achilleshiel. Zit je vast bij een hoofdmissie, dan kun je uren zoet zijn met grotten verkennen, je basiskamp uitbreiden of de eindeloze stroom zijmissies afwerken. Tegelijkertijd voelt de game bij vlagen als een oneindige buffettafel waarop niet elk gerecht even goed is bereid. Sommige minigames zijn zo basaal dat ze eerder aanvoelen als een proof of concept dan als een volwaardige activiteit. Dat soort momenten voelen als opvulmateriaal in een game die dat eigenlijk niet nodig heeft.
Ook de interactie met de wereld draagt dat MMO-DNA in zich. Waar je in de meeste games gewoon op een knop drukt om met iemand te praten, moet je in Crimson Desert eerst je lantaarn optillen om een NPC te focussen, waarna een secundair interactiemenu verschijnt. Het is een systeem dat in het begin charmant aanvoelt, maar na verloop van tijd onnodig omslachtig wordt. Bepaalde mechanieken vereisen zó veel menuhandelingen dat je de motivatie al kwijt bent voordat je bij de daadwerkelijke actie aankomt.
Hakken, schieten en toveren
Het gevechtssysteem is waar Crimson Desert écht schittert. De combat is snel, bruut en biedt een duizelingwekkende hoeveelheid opties. Kliff kan overweg met zwaarden, schilden, speren, dolken, geweren en bogen, elk met eigen combo’s en speciale aanvallen. Daar bovenop komen elementaire betoveringen, telekinetische krachten en een arsenaal aan vaardigheden dat gaandeweg uitbreidt via een uitgebreide skilltree. Het ontbreken van een staminabalk voor reguliere aanvallen geeft de gevechten een lekker agressief ritme, terwijl de afwezigheid van cooldowns je aanmoedigt om creatief te combineren.
Tegen reguliere vijanden voelt de combat als een guilty pleasure van de bovenste plank. Je maait je met relatief gemak door complete legerbases heen en de variatie in combo’s zorgt ervoor dat het zelden verveelt. De echte uitdaging zit hem in de bossgevechten, en daar moeten we het even over hebben. Sommige eindbazen beschikken over drie volledige gezondheidsbalken, zijn meedogenloos agressief en geven je nauwelijks ruimte om op adem te komen. Dat is op zich prima voor een game die zich laat inspireren door Soulslikes. Het probleem zit hem in de uitvoering: er zijn geen checkpoints tussen fases, de camera lijkt bij vlagen een eigen agenda te hebben, en de tussenfilmpjes die bij elke poging opnieuw afspelen zijn niet over te slaan. Je kunt ze slechts iets versnellen, wat in de praktijk betekent dat je na je zesde poging dezelfde bombastische intro voor de zoveelste keer door je strot geduwd krijgt.
De moeilijkheidsgraad kent bovendien geen opties. Geen gemakkelijke modus, geen schaalbare uitdaging. Dat is een bewuste ontwerpkeuze die veteranen zal aanspreken, maar voor de casual georiënteerde speler kan dit een serieuze drempel vormen. Zeker wanneer de kloof tussen de gemakkelijk uit te schakelen reguliere vijanden en de onverbiddelijke bazen zo groot is als hier het geval is.
Puzzels, kampen en rugzakproblemen
Buiten alle actie herbergt Crimson Desert ook een degelijk kamp-managementsysteem. Naarmate je meer Greymanes rekruteert, groeit je basiskamp mee. Je kunt huurlingen op missies sturen en de resultaten stromen na verloop van in-game tijd binnen. Zodra je kamp eenmaal lekker draait, kun je je concentreren op wat er echt toe doet: verkennen en vechten.
De Abyss biedt een welkome afwisseling met voornamelijk puzzels en nauwelijks gevechten. De betere exemplaren dwingen je om na te denken en te experimenteren met de fysica-engine, wat herinneringen oproept aan de Shrines uit Breath of the Wild. De mindere puzzels lijden onder een gebrek aan duidelijke aanwijzingen, wat past in Crimson Deserts bredere filosofie van “zoek het zelf maar uit”, maar wat af en toe eerder frustrerend dan bevredigend is.
Een minder fraaie erfenis van het MMO-verleden is het inventarissysteem. Je begint met een bescheiden aantal slots, moet zijmissies voltooien om deze uit te breiden en een opslagruimte ontbreekt nagenoeg volledig. Alles wat je bezit sleept Kliff gewoon met zich mee. In een game die je overspoelt met loot en verzamelobjecten is dit een onbegrijpelijke keuze. Pearl Abyss heeft verbeteringen aangekondigd, maar op dit moment is je inventaris opruimen een terugkerend en weinig inspirerend ritueel.
Technisch pareltje
Op pc levert Crimson Desert een indrukwekkende prestatie. De game draait op Ultra-instellingen soepel en het feit dat deze visuele pracht op relatief toegankelijke hardware functioneert, mag een klein wonder heten. De dynamische dag-nachtcyclus en weereffecten zijn schitterend. Als de regen invalt en het licht door de wolken breekt boven een verlaten ruïne, dan kom je dicht in de buurt van fotorealisme. Hier en daar laden textures net iets te laat in en verschijnt vegetatie soms plotseling, maar in een wereld die verder zo overtuigend is, vergeet je dat snel.
De soundtrack verdient een speciale vermelding. De orkestrale composities begeleiden zowel de rustige verkenningsmomenten als de epische veldgevechten op voortreffelijke wijze. Tijdens gevechten zwelt de muziek aan tot meeslepende proporties, terwijl een avondlijke rit door de velden wordt begeleid door ingetogen, bijna weemoedige melodieën. Hier en daar valt de muziek onverklaarbaar stil, wat je des te meer doet beseffen hoe veel ze toevoegt wanneer ze er wél is.
Gespeeld op: pc.
Ook beschikbaar op: PlayStation 5 en Xbox Series X|S.







Misschien een re-review doen na de patches van de komende weken.